2048: Blauwdruk Nederland, de Nederlandse "New Deal"
Door Evert Lenos
Inleiding: van wederopbouw naar herordening
Dit verslag is geschreven als toekomstverkenning, niet als voorspelling. Het beschrijft een mogelijk ontwikkelpad voor Nederland in reactie op een zware systeemcrisis, geplaatst in een bredere internationale en historische context.
Het oorspronkelijke uitgangspunt was een denkbeeldig scenario onder de titel Toekomstvisie 2026–2048: De Nederlandse New Deal: hoe zou Nederland reageren op een diepe economische en maatschappelijke ontwrichting, vergelijkbaar met — maar fundamenteler dan — eerdere crises?
Tijdens dit denkproces ontstond een inhoudelijke parallel met het boek Blauwdruk Nederland van Thierry Baudet (2025). Los van politieke voorkeuren bevat dit werk elementen van een nationale heroriëntatie die opvallend aansluiten bij het klassieke New Deal-denken: herstel van de productieve economie, herwaardering van nationale samenhang en een sterkere rol van de staat in tijden van nood.
Dit verslag verkent hoe deze twee lijnen — sociaal-economisch herstel en soevereine herordening — samen zouden kunnen komen in een Nederlandse variant van een New Deal voor de 21e eeuw.
Het bouwt voort op het historische begrip van de New Deal uit de jaren dertig, maar plaatst dit expliciet in de fundamenteel andere context van de periode 2026–2048. Waar Roosevelts New Deal ontstond na fysieke en financiële instorting, staat Nederland in deze visie niet voor de taak puin te ruimen, maar om vastgelopen structuren te herordenen.
De kern van deze Nederlandse New Deal is geen oorlog, geen revolutie en geen ideologische breuk, maar een langdurige en doelbewuste systeemcorrectie. Niet vernietiging, maar herverdeling van macht, legitimiteit en toegang vormt de rode draad.
Situatie: Nederland in crisis (2026)
In het najaar van 2026 wordt Nederland getroffen door een zware internationale beurscrash. Banken en pensioenfondsen lijden grote verliezen, kredietverlening droogt op en het MKB komt massaal in de problemen. De huizenmarkt corrigeert scherp, koopkracht daalt en het aantal huishoudens met problematische schulden neemt snel toe.
Het vertrouwen in de vrije markt, internationale ketens en supranationale besluitvorming verdampt. De roep om een krachtige, sturende overheid wordt breed gedragen.
Deze crisis blijkt geen korte recessie, maar het begin van een langdurige transitiefase van circa 22 jaar (2026–2048). Net als tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig is sprake van structurele herordening, maar ditmaal versterkt door vergrijzing, hoge schulden, geopolitieke fragmentatie en ecologische grenzen.
De crisis herijkt (2026–2048)
De economische en maatschappelijke crisis die in 2026 begint, is geen klassieke recessie. Banken, pensioenfondsen en markten blijven formeel functioneren, maar verliezen hun corrigerend vermogen. Ongelijkheid verdiept zich, koopkracht staat structureel onder druk en grote delen van de bevolking ervaren onzekerheid ondanks economische activiteit.
Deze periode duurt circa 22 jaar en kent geen scherp eindpunt. Net als in eerdere historische transitiefases is sprake van een langzame herschikking, niet van een plotseling herstel.
Economische ontwikkeling 2026–2048
2026–2031
Scherpe correctie, stijgende werkloosheid en forse druk op koopkracht. Overheidsinterventies voorkomen sociale ontwrichting, maar economische stagnatie overheerst.
2031–2039
Langzaam en ongelijk herstel. Productieve sectoren stabiliseren, terwijl inkomensverschillen toenemen en maatschappelijke spanningen zichtbaar blijven.
2039–2048
Stabilisatie en heroriëntatie. De economie groeit trager, maar is minder schuldfinancierd en sterker gericht op nationale zelfvoorziening en strategische autonomie.
Huizenmarktvoorbeeld
Een woning gekocht in 2026 voor €440.000 kan binnen vijf jaar dalen tot circa €200.000. Pas richting 2048 wordt dit niveau nominaal weer bereikt. Door inflatie blijft de reële waarde aanzienlijk lager:
-
Bij 2% inflatie: circa €220.000 reëel
-
Bij 3% inflatie: circa €156.000 reëel
Nominaal herstel maskeert daarmee een structureel koopkrachtverlies.
De omslag: Blauwdruk Nederland als Nederlandse New Deal
Blauwdruk Nederland biedt geen klassiek crisisprogramma, maar fungeert in dit scenario als ideologische onderlaag van een bredere heroriëntatie. Het accent ligt op nationale samenhang, culturele continuïteit en economische autonomie.
In combinatie met sociaal-economische herstelmaatregelen ontstaat een Nederlandse New Deal met twee pijlers:
-
Materiële wederopbouw (werk, infrastructuur, zekerheid)
-
Immateriële stabiliteit (identiteit, solidariteit, soevereiniteit)
De kern van de Nederlandse New Deal
1. Structurele herordening
Dit betreft niet alleen werkgelegenheid en infrastructuur, maar vooral de harde structuren waarop de samenleving rust:
-
Herziening van financiële systemen en toezicht
-
Hervorming van eigendoms- en kapitaalstructuren
-
Herstel van toegang tot betaalbaar wonen, energie en basiszekerheid
-
Versterking van publieke instituties
2. Maatschappelijke herverankering
Naast structuur is legitimiteit cruciaal:
-
Herwaardering van nationale samenhang en solidariteit
-
Expliciete keuzes in migratie- en integratiebeleid
-
Een hernieuwd sociaal contract tussen burgers en overheid
Nadere duiding van ‘materiële wederopbouw’
De term materiële wederopbouw moet hier niet worden begrepen als herstel van oorlogsschade of fysieke vernietiging. In de periode 2026–2048 verwijst zij naar een andere, fundamentelere opgave: het herordenen van vastgelopen economische en institutionele structuren.
Het betreft het herstellen van toegang tot werk, wonen, energie en zekerheid in een samenleving waarin deze voorwaarden formeel bestaan, maar door kapitaalconcentratie, marktverstoring en institutionele verstarring steeds minder bereikbaar zijn geworden. In die zin is sprake van wederopbouw zonder puin, maar mét structurele schade.
Blauwdruk Nederland als moreel referentiekader
Het boek Blauwdruk Nederland fungeert niet als beleidsprogramma, maar als culturele en morele onderlaag. De nadruk op nationale soevereiniteit, culturele continuïteit en gemeenschapszin sluit aan bij de behoefte aan stabiliteit in een periode van structurele onzekerheid.
De betekenis ligt niet in concrete maatregelen, maar in het legitimeren van een koers waarin nationale belangen expliciet leidend zijn.
Werk, zekerheid en economie
-
Een Nationaal Werkgarantieplan voorkomt langdurige uitsluiting
-
Publieke investeringen richten zich op woningbouw, infrastructuur, energie en zorg
-
Een Nationale Bank voor Herstel en Innovatie verschaft langdurig en betaalbaar krediet aan MKB en strategische sectoren
Deze maatregelen zijn niet tijdelijk, maar structureel van aard.
Arbeid in een AI-economie: waarom werk meer is dan inkomen
Een fundamenteel verschil met de New Deal van de jaren dertig is de rol van technologie. Waar in de twintigste eeuw massale fysieke arbeid nodig was, vindt in de eenentwintigste eeuw grootschalige automatisering plaats. Robotisering en kunstmatige intelligentie vervangen niet alleen handarbeid, maar ook administratief, analytisch en creatief werk.
Arbeid vervult niet alleen een economische functie, maar ook een sociale en gedragsmatige. Werk biedt structuur, verantwoordelijkheid, status en binding aan de samenleving. Het volledig loslaten van deze functie — bijvoorbeeld via vrijblijvende deeltijd-werkgaranties of louter inkomenscompensatie — brengt reële risico’s met zich mee.
Met name bij jongeren kan een overschot aan ongebonden vrije tijd leiden tot normvervaging, informele economie, criminaliteit en maatschappelijke ontkoppeling. Sociale stabiliteit ontstaat niet uit passiviteit, maar uit deelname. Vrije tijd wordt problematisch wanneer zij niet ingebed is in duidelijke rollen, verwachtingen en collectieve verantwoordelijkheid.
Daarom vereist een Nederlandse New Deal in een AI-economie geen afschaffing van arbeid, maar een herdefinitie ervan. Werkgarantie betekent gegarandeerde participatie binnen duidelijke kaders: maatschappelijke dienst, publieke projecten, leer-werktrajecten en sectoren waarin menselijk oordeel, zorg, toezicht en sociale interactie centraal blijven staan.
Tegelijkertijd legt kunstmatige intelligentie een fundamentele paradox bloot: AI en robots produceren, maar consumeren niet. Een economie kan niet functioneren zonder koopkrachtige burgers. Wanneer arbeid structureel verdwijnt zonder herverdeling van productiviteitswinsten, ondermijnt dit de vraagzijde van de economie en daarmee haar bestaansbasis.
De Nederlandse New Deal erkent daarom dat technologische vooruitgang collectieve disciplinering en herverdeling vereist. Niet uit ideologie, maar uit systeemnoodzaak.
Financiële en institutionele correctie
De kern van deze periode is geen strijd tegen individuen, maar tegen overmatige concentratie van macht:
-
Strengere financiële regulering en transparantie
-
Tijdelijke crisisbelastingen op grote vermogens
-
Actieve bestrijding van monopolievorming en marktdominantie
-
Beperking van informele politieke invloed
Deze correctie verloopt juridisch, bureaucratisch en gefaseerd — niet revolutionair.
Geen oorlog, maar interne ontlading
In tegenstelling tot eerdere eeuwen fungeert oorlog niet langer als primair ontladingsmechanisme. In een nucleaire en geglobaliseerde wereld is grootschalig conflict economisch en existentieel zelfdestructief.
De opgebouwde spanning ontlaadt zich intern: via regelgeving, toezicht, legitimiteitsverlies en institutionele hervorming. De aanval richt zich op oligarchische concentratie als structureel verschijnsel, niet als moreel vijandbeeld.
Nederland en Europa
Nederland blijft deel uitmaken van Europese samenwerkingsverbanden, maar herdefinieert deze relatie:
-
Europa als handels- en samenwerkingsplatform
-
Nationale autonomie in cruciale beleidsdomeinen
-
Samenwerking vanuit belang, niet vanuit ideologie
De EU verliest haar normatieve dominantie, maar blijft functioneel relevant.
Politiek landschap richting 2048
-
Linkse coalities initiëren sociaal-economisch herstel
-
Populistische stromingen winnen terrein door onvrede over ongelijkheid en macht
-
Tegen 2048 stabiliseert het politieke landschap rond twee hoofdstromingen: duurzaam-sociaal en nationalistisch-soeverein
De erfenis van 2048
Na twee decennia van correctie is Nederland fundamenteel veranderd:
-
De overheid vervult blijvend een centrale rol
-
Economische groei is ondergeschikt aan stabiliteit
-
Macht is minder geconcentreerd, maar niet verdwenen
-
Nationale samenhang is explicieter verankerd
Blauwdruk Nederland fungeert daarbij als impliciet moreel kompas, niet als technocratische blauwdruk.
Slotreflectie
Net als Roosevelts New Deal is deze Nederlandse variant geen eindpunt, maar een overgang. Grote crises lossen zichzelf niet op; zij herschikken samenlevingen.
2048 markeert geen voltooiing, maar een nieuw evenwicht — ontstaan uit noodzaak, niet uit idealisme. Wie deze periode begrijpt, ziet geen oorlog als hoofdscenario, maar herordening van macht, structuur en legitimiteit als het ware strijdtoneel van onze tijd.


Reacties
Een reactie posten