Toekomstvisie 2026–2048: De Nederlandse “New Deal”

Door Evert Lenos

Historisch vertrekpunt: waarom de New Deal ontstond

Om de huidige tijd te begrijpen, moeten we terug naar de jaren dertig van de twintigste eeuw. Na de beurskrach van 1929 stortte niet alleen de economie in, maar ook het vertrouwen in het bestaande systeem. Banken faalden, spaargeld verdampte, werkloosheid explodeerde en overheden stonden machteloos tegenover de schaal van de ontwrichting.

De New Deal van president Franklin D. Roosevelt was geen ideologisch project, maar een noodgreep. De kern lag in drie doelen: directe verlichting van sociale nood, economisch herstel via werkgelegenheid en structurele hervorming om herhaling te voorkomen. De overheid nam een centrale rol op zich omdat markten hun corrigerend vermogen hadden verloren.

De verwachtingen waren niet dat de crisis snel zou verdwijnen, maar dat stabiliteit, vertrouwen en maatschappelijke samenhang hersteld moesten worden. De New Deal beëindigde de crisis niet onmiddellijk, maar legde de institutionele basis voor decennia van relatieve stabiliteit.

Nederland aan de vooravond van een vergelijkbare fase (2026)

Nederland staat in 2026 aan de vooravond van een soortgelijke systeemfase. Niet omdat de omstandigheden identiek zijn, maar omdat opnieuw zichtbaar wordt dat bestaande economische en politieke structuren hun grenzen hebben bereikt.

In het najaar van 2026 wordt Nederland getroffen door een zware internationale beurscrash. Banken en pensioenfondsen verliezen miljarden, kredietverlening stokt en het MKB komt onder druk te staan. De huizenmarkt corrigeert, koopkracht daalt en financiële onzekerheid neemt toe. Het vertrouwen in marktwerking en internationale afhankelijkheden brokkelt snel af.

Net als in de jaren dertig groeit de overtuiging dat marktmechanismen alleen onvoldoende zijn. De roep om een actieve, sturende overheid wordt breed gedragen.

Deze crisis is geen korte recessie, maar het begin van een langdurige transitiefase van circa 22 jaar (2026–2048). Door vergrijzing, hoge schulden, geopolitieke fragmentatie en technologische versnelling is het herstel complexer dan in de twintigste eeuw.

Verwachte economische ontwikkeling (2026–2048)

2026–2031
Scherpe krimp, oplopende werkloosheid en sterke druk op koopkracht. Overheidsingrijpen voorkomt sociale ontwrichting, maar economische pijn is onvermijdelijk.

2031–2039
Langzaam en ongelijk herstel. Productieve sectoren stabiliseren, terwijl inkomensverschillen toenemen en maatschappelijke spanningen zichtbaar blijven.

2039–2048
Stabilisatie en heroriëntatie. De economie groeit trager, maar is minder schuldfinancierd en sterker gericht op nationale veerkracht en strategische autonomie.

Huizenmarktvoorbeeld
Een woning gekocht in 2026 voor €440.000 kan in de eerste vijf jaar dalen naar circa €200.000–€300.000. Pas richting 2048 wordt dit niveau nominaal weer bereikt. Door inflatie blijft de reële waarde aanzienlijk lager:

  • Bij 2% inflatie: circa €220.000–€270.000 reëel

  • Bij 3% inflatie: circa €156.000–€190.000 reëel

Nominaal herstel maskeert een structureel koopkrachtverlies.

De Nederlandse New Deal: van puin naar structuren

Waar de New Deal van de jaren dertig draaide om fysieke wederopbouw, draait de Nederlandse New Deal van 2026–2048 om structurele herordening. De samenleving is niet verwoest, maar vastgelopen. De crisis zit niet in tekorten, maar in toegang, concentratie en legitimiteit.

De Nederlandse New Deal kent daarom twee samenhangende pijlers:

  1. Structurele herordening
    Herstel van werk, inkomenszekerheid en infrastructuur, maar ook van financiële, juridische en institutionele fundamenten.

  2. Maatschappelijke herverankering
    Versterking van solidariteit, nationale samenhang en democratische legitimiteit.

Praktische invulling

Werk en economie

  • Nationaal Werkgarantieplan gericht op publieke projecten en leer-werktrajecten.

  • Langjarige investeringen in woningbouw, energie, zorg en regionale infrastructuur.

  • Oprichting van een Nationale Bank voor Herstel en Innovatie voor betaalbaar krediet aan MKB en strategische sectoren.

Arbeid in een AI-economie

Een fundamenteel verschil met de New Deal van de jaren dertig is de rol van technologie. Waar vroeger massale fysieke arbeid nodig was, vindt nu grootschalige automatisering en AI-toepassing plaats. Robotisering vervangt niet alleen handarbeid, maar ook administratief, analytisch en creatief werk.

Arbeid vervult niet alleen een economische functie, maar ook een sociale en gedragsmatige. Werk biedt structuur, verantwoordelijkheid, status en binding. Vrijblijvende deeltijd-werkgaranties of louter inkomenscompensatie brengen reële risico’s met zich mee: bij jongeren kan een overschot aan vrije tijd leiden tot normvervaging, informele economie, criminaliteit en maatschappelijke ontkoppeling.

De Nederlandse New Deal in een AI-economie vereist daarom herdefiniëring van werk: gegarandeerde participatie binnen duidelijke kaders, maatschappelijke dienst, publieke projecten en sectoren waarin menselijk oordeel, zorg, toezicht en sociale interactie centraal blijven staan.

Tegelijkertijd legt AI een fundamentele systeemparadox bloot: machines produceren, maar consumeren niet. Zonder koopkrachtige burgers ondermijnt dit de vraagzijde van de economie. Technologische vooruitgang vereist dus collectieve disciplinering en herverdeling — geen ideologie, maar systeemnoodzaak.

Sociale zekerheid

  • Verlenging en versterking van WW en bijstand

  • Noodfonds Huishoudens ter demping van massale schuldenproblematiek

  • Nationaal scholingsbudget gericht op zorg, techniek en ICT

Financiële en institutionele hervormingen

  • Strenger bankentoezicht en beperking van excessieve speculatie

  • Tijdelijke crisisbelasting op grote vermogens

  • Actieve regulering van de woningmarkt

  • Beperking van monopolievorming en informele politieke invloed

Geen oorlog, maar interne ontlading

In tegenstelling tot eerdere eeuwen fungeert oorlog niet langer als primair ontladingsmechanisme. In een nucleaire en geglobaliseerde wereld is grootschalig conflict economisch en existentieel zelfdestructief.

De opgebouwde spanning ontlaadt zich intern: via regelgeving, toezicht, legitimiteitsverlies en institutionele hervorming. De aanval richt zich op oligarchische concentratie als structureel verschijnsel, niet als moreel vijandbeeld.

Internationale context en Europa

Nederland blijft samenwerken binnen Europa, maar verlegt de focus van ideologische integratie naar functionele samenwerking:

  • Handel, defensie en klimaat: gezamenlijke dossiers

  • Nationale autonomie in cruciale beleidsdomeinen

  • Samenwerking vanuit belang, niet ideologie

De EU verliest normatieve dominantie, maar blijft functioneel relevant.

Politiek landschap 2026–2048

  • 2026–2031: Linkse coalities initiëren sociaal-economisch herstel

  • 2031–2040: Populistische correctie door onvrede over schulden en ongelijkheid

  • 2040–2048: Nieuwe politieke ordening met twee dominante stromingen: duurzaam-sociaal en nationalistisch-soeverein

Slotbeschouwing

De Nederlandse New Deal van 2026–2048 is geen kopie van Roosevelt’s beleid, maar een hedendaagse variant van hetzelfde principe: wanneer systemen vastlopen, grijpt de samenleving in om stabiliteit te herstellen.

Dit is geen voorspelling, maar een denkkader. Grote crises laten samenlevingen niet intact; zij dwingen herordening. Wie dat patroon herkent, ziet niet oorlog alleen, maar het herschikken van macht, legitimiteit en vertrouwen als het ware strijdtoneel van onze tijd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Machtsmisbruik en manipulatie: Hoe de FIOD en het OM de rechtsstaat ondermijnen

Liefde die verder reikt dan het leven: mijn persoonlijk verhaal van verlies en spirituele groei

2048: Blauwdruk Nederland, de Nederlandse "New Deal"