De volgende grote crisis wordt geen oorlog — maar een aanval op oligarchie
Door Evert Lenos
Waarom deze crisis anders aanvoelt
Veel mensen voelen dat er iets niet klopt, ook al is het moeilijk om het precies te benoemen. De wereld oogt onrustig: economische onzekerheid, politieke polarisatie, technologische versnelling, geopolitieke spanning. Alles lijkt tegelijk te bewegen. Toch voelt het niet als pure chaos. Het voelt… bekend.
Alsof we dit eerder hebben meegemaakt.
Historisch gezien zijn dit de momenten waarop samenlevingen richting zoeken. Oude structuren piepen en kraken, nieuwe zijn nog niet stabiel. In zulke periodes stellen mensen vaak dezelfde vraag: gaat dit eindigen in een grote oorlog?
Maar wat als die vraag deze keer niet de juiste is?
Wat als de volgende grote ontlading van deze wereldwijde crisis geen militaire oorlog is?
Hoe grote crises historisch ontsporen in oorlog
Om te begrijpen waarom deze vraag logisch is, moeten we eerst terugkijken. Grote economische en maatschappelijke crises zijn zelden geïsoleerde gebeurtenissen. Ze zetten kettingreacties in gang.
Na de crash van 1929 stortte niet alleen de economie in, maar ook het vertrouwen: in banken, in overheden, in de toekomst. Werkloosheid explodeerde, spaargeld verdween, sociale spanningen liepen op. Politiek radicaliseerde, niet omdat mensen dat wilden, maar omdat bestaande structuren hun legitimiteit verloren.
Oorlog was uiteindelijk geen morele keuze, maar een systeemontlading. Een manier waarop samenlevingen onder extreme druk hun spanningen afvoerden, middelen herverdeelden en macht herschikten.
Dat patroon zien we vaker in de geschiedenis. Wanneer economische correcties diep en langdurig zijn, volgt vrijwel altijd politieke en uiteindelijk militaire escalatie. Niet door kwaadaardigheid, maar door structurele overbelasting.
Waarom oorlog vandaag steeds minder functioneel wordt
Toch is er iets fundamenteel veranderd.
Oorlog “werkte” in een industriële wereld. Het vernietigde kapitaal, schiep nieuwe vraag, hertekende grenzen en consolideerde macht. In een nationale, territoriale economie kon dat — hoe cynisch ook — een resetmechanisme zijn.
In de huidige wereld ligt dat anders.
-
Kernwapens maken grootschalige oorlog existentieel riskant
-
Mondiale productieketens maken langdurige conflicten economisch zelfdestructief
-
Financiële markten reageren onmiddellijk en wereldwijd
-
Informatie verspreidt zich razendsnel en ondermijnt narratieven
Oorlog vernietigt vandaag meer waarde dan hij kan herverdelen. Voor staten, bedrijven en elites is het een steeds minder efficiënt instrument om structurele spanningen op te lossen.
Dat roept een cruciale vraag op:
als oorlog zijn functie verliest, waar gaat de opgebouwde druk dan naartoe?
Wat is oligarchie eigenlijk? (geen scheldwoord, maar structuur)
Om die vraag te beantwoorden, moeten we een begrip helder krijgen dat vaak emotioneel wordt gebruikt: oligarchie.
In deze context is oligarchie geen scheldwoord en geen complottheorie. Het is een structurele beschrijving van een systeem waarin economische, politieke en informatiemacht extreem geconcentreerd raakt bij een relatief kleine groep.
Kenmerken van oligarchische structuren zijn onder meer:
-
hoge kapitaalconcentratie
-
sterke invloed op beleid zonder directe democratische verantwoording
-
verwevenheid van politiek, financiën en regelgeving
-
legale, maar moeilijk corrigeerbare machtsposities
Belangrijk: dit ontstaat niet door kwaadaardige intenties, maar als uitkomst van lange groeifases. Succes stapelt zich op, netwerken sluiten zich, macht consolideert.
Oligarchie is dus geen afwijking van het systeem — het is wat systemen produceren wanneer ze te lang ongeremd groeien.
Waarom crises zich steeds tegen geconcentreerde macht keren
Historisch gezien keren grote crises zich zelden tegen “het systeem” in abstracte zin. Ze richten zich tegen zichtbare knooppunten van macht.
In het verleden waren dat aristocratieën, monopolies, koloniale elites of financiële dynastieën. Niet omdat die groepen per definitie slechter waren, maar omdat ze symbool stonden voor scheefgroei en ontoegankelijkheid.
Wanneer brede lagen van de bevolking het gevoel krijgen dat risico’s worden gesocialiseerd en winsten geprivatiseerd, verdampt legitimiteit. Dan ontstaat politieke druk, juridische confrontatie en maatschappelijke weerstand.
Dat proces is geen revolutie uit idealisme, maar een correctiemechanisme van samenlevingen die hun evenwicht zijn kwijtgeraakt.
De kernthese — van oorlog naar aanval op oligarchie
Hier ontstaat een alternatieve interpretatie van onze tijd.
Wat als de volgende grote ontlading van deze mondiale crisis geen militaire oorlog is, maar een langdurige, gefragmenteerde en grotendeels institutionele aanval op geconcentreerde economische macht?
Niet noodzakelijk gewelddadig.
Niet gecoördineerd vanuit één centrum.
Maar verspreid, juridisch, financieel en politiek.
Een herverdeling van macht, niet via slagvelden, maar via regelgeving, toezicht, legitimiteitsverlies en institutionele hervorming.
Dit is geen voorspelling en geen belofte. Het is een plausibele ontladingsrichting in een wereld waarin oorlog steeds minder functioneel is.
Het WEF en oligarchie
Wanneer wordt gesproken over een “aanval op oligarchie”, ontstaat al snel verwarring. Veel lezers denken daarbij aan personen, instellingen of netwerken die publiekelijk worden aangewezen als schuldigen. Dat is niet wat hier bedoeld wordt — en het is ook niet hoe structurele machtsverschuivingen in de geschiedenis plaatsvinden.
Een aanval op oligarchie is geen morele kruistocht en geen ontmaskeringscampagne. Het is een systemische correctie: een poging om langdurige concentratie van economische, politieke en narratieve macht opnieuw onder democratische, juridische en nationale controle te brengen.
Waar past het World Economic Forum hierin?
Het World Economic Forum (WEF) is geen oligarch op zichzelf. Het is geen staat, geen regering, geen wetgevend orgaan. Het WEF functioneert als een platform: een ontmoetingspunt waar politieke leiders, bedrijfsleven, financiële instellingen en technocraten samenkomen.
Juist daarom is het relevant in deze analyse.
Het WEF belichaamt geen samenzwering, maar iets subtielers en structurelers:
elite-consensusvorming buiten het zicht van directe democratische controle.
De invloed van het WEF zit niet in macht opleggen, maar in:
-
agendering
-
normstelling
-
netwerkeffecten
-
gedeelde probleemdefinities
De uitspraak van Klaus Schwab dat alumni van het Young Global Leaders-programma later in nationale kabinetten terechtkomen, benadrukt dit netwerkeffect, geen directe instructies. Het laat zien hoe macht functioneert via doorstroming, opleiding en gedeelde kaders.
Belangrijk:
Een aanval op oligarchie betekent niet automatisch een aanval op het WEF. Het WEF verliest slechts zijn functionele centrale positie doordat nationale en institutionele besluitvorming opnieuw domineert.
Hoe zo’n ‘aanval’ eruit kan zien (zonder fantasie)
Zo’n proces zou er waarschijnlijk rommelig en onheroïsch uitzien. Denk aan:
-
strengere financiële controles en audits
-
herziening van belastingstructuren
-
juridische confrontaties met dominante marktposities
-
beperking van informele politieke invloed
-
reputatie-erosie en maatschappelijke druk
Geen snelle reset, maar een langdurige herstructurering. Met tegenkrachten, mislukkingen en nieuwe machtsvorming.
Dit is geen revolutie. Het is bureaucratisch, traag en vaak frustrerend — maar historisch gezien realistischer.
Waarom dit géén garantie op rechtvaardigheid is
Belangrijk om dit te benadrukken: een aanval op oligarchie is geen garantie op een betere wereld.
Macht verdwijnt zelden. Ze verschuift.
Oude elites kunnen plaatsmaken voor nieuwe.
Chaos kan net zo goed ongelijkheid vergroten als verkleinen.
Dit proces is geen moreel verhaal met een happy end. Het is een structurele correctie, geen ethische overwinning.
Wat dit betekent voor gewone mensen
Voor de meeste mensen verandert dit inzicht geen dagelijkse realiteit. Het biedt geen snelle oplossingen en geen zekerheid.
Wat het wél biedt, is mentale helderheid.
Het helpt te begrijpen:
-
waarom hard werken niet altijd beloond wordt
-
waarom politieke spanningen toenemen
-
waarom onzekerheid geen persoonlijk falen is
-
waarom simpele oplossingen zelden werken
Wie patronen herkent, raakt minder snel in paniek.
Wie minder in paniek raakt, maakt betere keuzes.
Geen voorspelling, maar een andere lens
Leven we in een gevaarlijke tijd? Ja.
Is alles toeval? Nee.
Is alles perfect gestuurd? Ook niet.
We leven in een overgangsfase waarin oude structuren hun grens hebben bereikt en nieuwe nog niet stabiel zijn. Historisch gezien zijn dit de momenten waarop samenlevingen hun spanningen ontladen.
Misschien gebeurt dat alsnog via oorlog.
Maar het is niet ondenkbaar dat de druk deze keer naar binnen keert — richting geconcentreerde macht.
Wie alleen naar wapens kijkt, mist waar de echte spanning zich heeft opgebouwd.
Dit is geen voorspelling.
Het is een andere manier van kijken.

Reacties
Een reactie posten